Nier aandoeningen
Nierkanker
Nierkanker (ook wel niercelcarcinoom genoemd) is een ongecontroleerde deling van niercellen. De diagnose wordt vaak bij toeval ontdekt tijdens een scan of echografie. Slechts zelden zijn er al klachten aanwezig, zoals een massagevoel in de buik, bloed bij het plassen, gewichtsverlies of pijn in de flank.
Wanneer uit onderzoek blijkt dat de nierkanker niet is uitgezaaid, kan een plaatselijke behandeling worden voorgesteld. De standaardbehandeling hiervoor is het wegnemen van de tumor met behulp van een kijkoperatie, eventueel robotgeassisteerd. Afhankelijk van de grootte en de plaats van de tumor kiezen we, indien mogelijk, voor een niersparende ingreep (nephron-sparing surgery). Dankzij de technologische vooruitgang is een open operatie nog maar zelden nodig.
De kans op volledige genezing hangt af van verschillende factoren, maar is zeer goed wanneer de tumor in een vroeg stadium kan worden behandeld.
Nier ontsteking (pyelonefritis)
Een nierbekkenontsteking of pyelonefritis is een ernstige vorm van een opstijgende urineweginfectie. Ze veroorzaakt flankpijn, plasklachten en koorts (soms met koude rillingen). Afhankelijk van de ontstekingswaarden en uw klinische toestand kan een ziekenhuisopname nodig zijn om antibiotica via een infuus toe te dienen. Klachten van pijn en vermoeidheid kunnen enkele weken tot soms een maand aanhouden.
Nierstenen
In België krijgt 1 op de 9 mensen ooit last van een niersteen. Van de patiënten krijgt 15% binnen het jaar opnieuw een steen, en 50% binnen tien jaar.
Nierstenen ontstaan door kristallisatie en samenklontering van stoffen die in de urine aanwezig zijn. Rond een eerste kristalkern zetten zich steeds meer stoffen vast, tot uiteindelijk een niersteen is gevormd. Hoe hoger de concentratie van bepaalde zouten — zoals calciumoxalaat, calciumfosfaat of uraat — hoe groter de kans op kristalvorming en steenvorming. Onvoldoende vocht drinken leidt tot minder urineproductie en dus tot hogere concentraties van deze bouwstoffen. Te weinig drinken is daarom een belangrijke risicofactor voor nierstenen.
Op een bepaald moment begint de steen te bewegen en baant zich een weg door de urineleider, meestal onder invloed van beweging of van zijn eigen gewicht. De urineleider loopt van de nier naar de blaas en is op sommige plaatsen relatief smal. Wanneer de urine niet meer langs de steen kan passeren en er stuwing ontstaat, voelt u een nierkoliek.
Om obstructie door stenen te voorkomen, kan soms preventief een ingreep worden gepland om de nier steenvrij te maken. Theoretisch lijkt dit een goede optie zodra een niersteen groter dan 5mm wordt bevonden. Bespreek dit met uw arts, er wordt samen met u gekeken wat de minst invasieve methode is om de steen of stenen zo vlot mogelijk te verwijderen.
In geval van een nierkoliek zijn drie manieren om een steen te lozen
1. Afwachten of de steen op natuurlijke wijze afvloeit. Zolang de steen niet te groot is (kleiner dan 6 mm) is dit een goede optie. U krijgt pijnmedicatie mee om de hevige pijn draaglijk te maken, met daarnaast een medicijn dat de urineleider verwijdt
2. De steen verbrijzelen met externe schokgolven. Kleinere brokstukken passeren vlotter door de urineleider. Het verbrijzelen gebeurt met een ESWL-apparaat. De behandeling duurt ongeveer een halfuur en gebeurt op het operatiekwartier onder sedatie. Vaak zijn twee of drie sessies nodig voor een goed resultaat. Er zijn enkele voorwaarden om deze behandeling te kunnen ondergaan; uw arts bespreekt deze met u.
3. De steen operatief verwijderen onder algehele verdoving langs de natuurlijke weg. Dit is ongetwijfeld de snelste optie, maar de steen kan niet altijd verwijderd worden in de eerste tijd. Soms kan enkel een stent worden achtergelaten, bijvoorbeeld wanneer de weg naar de steen te nauw is om onze instrumenten er veilig langs te brengen. De stent zorgt dan voor verwijding van de urineleider, waarna de steen in een tweede sessie veilig kan worden benaderd. Ook na de operatie wordt vaak een stent achtergelaten om koliekpijn nadien te voorkomen. Deze stents of buisjes kunnen soms klachten geven, zoals irritatie, vaker plassen of flankpijn.
Bij koorts of acuut nierfalen is een stent noodzakelijk, om te garanderen dat de urine vlot langs de steen kan blijven passeren.
Bespreek met uw arts welke mogelijkheden voor u van toepassing zijn.
Urineleiderkanker
Kanker van het slijmvlies van de urineweg tussen de nier en de blaas is een zeldzame vorm van kwaadaardigheid. Dit type kanker is nauw verwant met blaaskanker: de ene aandoening kan tot de andere leiden, en omgekeerd.
Het is belangrijk om de agressiviteit en de mate van doorgroei van de ziekte zo goed mogelijk in kaart te brengen. In geselecteerde gevallen kan een endoscopische behandeling — zonder (gedeeltelijke) verwijdering van de urineweg — een goede keuze zijn. Deze patiënten volgen een behandeltraject waarbij de nier gespaard blijft (kidney-sparing treatment).
Niercysten
Eenvoudige niercystes zijn, net als andere cystes in het lichaam, in wezen goedaardige blaasjes gevuld met vocht. Ze komen voor bij ongeveer 40% van de volwassenen en worden vaak bij toeval ontdekt tijdens een radiologisch onderzoek.
Slechts zelden vraagt een niercyste om extra waakzaamheid. Dat is het geval wanneer de cyste radiologische afwijkingen vertoont, zeer groot wordt, pijnlijk is of andere klachten veroorzaakt.
Het verwijderen van een cyste kan gebeuren via een kijkoperatie, eventueel robotgeassisteerd.
PUJ stenose (vernauwde afvoerleiding nier)
Bij een PUJ-stenose is de afvoer van urine vanuit de nier verstoord door een vernauwd segment ter hoogte van de overgang naar de urineleider (de ureter). Deze vernauwing kan van binnenuit ontstaan, bijvoorbeeld door littekenweefsel, maar kan ook een uitwendige oorzaak hebben, zoals een overkruisend bloedvat. Doordat de urine niet meer vlot uit de nier kan wegstromen, ontstaat er drukverhoging. Houdt deze druk lang aan, dan kan de nier beschadigd raken, met een verminderde filtercapaciteit of zelfs een niet-functionerende nier tot gevolg.
De aandoening kan klachten geven zoals flankpijn of urineweginfecties, maar kan ook zonder symptomen verlopen. Veel drinken maakt de flankpijn vaak duidelijker voelbaar.
Bij de behandeling wordt de vernauwing hersteld, of wordt het overkruisende bloedvat vrijgemaakt en onder de afvoerleider geplaatst. Dit gebeurt op endoscopische of (robotgeassisteerde) laparoscopische wijze. Na
de ingreep blijft gedurende twee tot zes weken een dubbel-J-stent (DJ-stent) tussen de blaas en de nier zitten, om lekkage van urine te voorkomen.